Kempense gotiek
Kempense gotiek, ook wel Kempische gotiek genoemd, is een bouwstijl die in de 15e eeuw ontstond in de Kempen. Deze stijl werd vooral toegepast bij de bouw van kerken en bereikte zijn hoogtepunt in de eerste helft van de 16e eeuw. Kempense gotiek wordt vaak gezien als een variant van de Brabantse gotiek. In tegenstelling tot de Demergotiek, een andere afgeleide bouwstijl, heeft Kempense gotiek echter weinig overeenkomsten met het Brabantse voorbeeld. De stijl vond ook buiten de Kempen enige toepassing.
Deze bouwstijl wordt gekenmerkt als een plattelandsvariant door een vereenvoudiging van de klassieke gotiek. Eén van de overeenkomsten met Brabantse gotiek is het gebruik van koolbladkapitelen. Het belangrijkste bouwmateriaal is baksteen. Kerken in deze stijl hebben vaak een basilicale of pseudo-basilicale opzet, waarbij de zijbeuken een lessenaarsdak hebben. Het schip en de zijbeuken zijn meestal voorzien van houten overkappingen; slechts zelden worden stenen gewelven gebruikt. Luchtbogen ontbreken volledig. Het koor daarentegen is bijna altijd voorzien van een stenen gewelf. Portalen hebben vaak de vorm van een korfboog, en een transept is regelmatig aanwezig.
In Nederland zijn slechts enkele kerken in de stijl van de Kempense gotiek bewaard gebleven. Vooral in de tweede helft van de 19e eeuw zijn veel kerken gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De best bewaarde voorbeelden zijn de Sint-Martinuskerk in Weert (een hallenkerk), de hervormde kerk van Helvoirt en de oude kerk van Middelbeers. Een ander voorbeeld is de kerk van Chaam, hoewel de unieke toren in 1944 werd vernietigd en niet herbouwd. In België zijn eveneens weinig kerken intact gebleven. De kerk van Poppel, grotendeels een naoorlogse reconstructie, biedt echter een goede indruk van de stijl.
Torens in de Kempense gotiek zijn in grotere aantallen bewaard gebleven. De oudste torens, uit de 15e eeuw, kenmerken zich door zware, overhoekse steunberen en een ornamentering die doet denken aan de romaanse stijl. Deze ornamenten bestaan vaak uit ondiepe nissen en friezen met ronde vormen. Een veelhoekige traptoren is vaak geïntegreerd in één van de steunberen. In sommige gevallen ontbreken de steunberen geheel. Voorbeelden van dergelijke torens in Nederland bevinden zich onder meer in Waalre, Dongen, Son en Breugel, Beek en Donk, Eindhoven (Woensel), Bakel en Lage Mierde. In België zijn ze onder andere te vinden in Baarle-Hertog, Lommel, Peer en Ravels.
In de loop der tijd werden de nissen verfijnder en maakten rondbogen plaats voor spitsbogen. In de laatste fase, in de 16e eeuw, werden de nissen dieper naarmate ze hoger in de toren geplaatst waren. Hoeken van de toren werden doorgaans ondersteund door twee steunberen die in een hoek van 90 graden ten opzichte van elkaar stonden. Veel torens werden verfraaid met natuurstenen speklagen. In Nederland bevinden zich voorbeelden in Weert, Oirschot en Hilvarenbeek. Van de toren in Hilvarenbeek bestaat een replica in het Gelderse Asperen. Belgische torens in deze stijl staan onder andere in Weelde en Sint-Lenaarts. De toren in Hoogstraten, die in 1944 werd verwoest en later volledig herbouwd, wordt soms tot deze groep gerekend. Echter, als werk van Rombout II Keldermans behoort deze toren eigenlijk tot de Brabantse gotiek.
Zie ook
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Externe links/verwijzingen
- Kempense gotiek - nl.wikipedia.org
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bronnen
- Chris Kolman et al.: Monumenten in Nederland. Noord-Brabant. 1997, PDF voor gratis download van de digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren, p. 20
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Geraadpleegde bron: nl.wikipedia.org/wiki/Kempense_gotiek - 25-10-2021
Pagina bijgewerkt: 18 januari 2026
Maak jouw eigen website met JouwWeb